Dag 8; Laayoune – Dakhla

0km. 08:00 uur: We rijden weer!

1km. Vanaf de camping rijden we door een klein dorpje en als we na het dorpje in de spiegels kijken zijn we iedereen kwijt. Wat is er NU weer… Als we terugrijden zien we iedereen nog in de enige bocht staan van het dorp. Wij hebben het niet gemerkt, maar er lag duidelijk olie in die bocht… en Ricky is onderuit gegaan. Met Rick is gelukkig weinig aan de hand, het schaafwondje op zijn knie zal lastig voorlopig lastig zijn maar die deuk in zijn ego doet meer pijn. Met de motor is het minder, het kromme rempedaal is terug te buigen maar het stuur is ook een tikkie krom en dat is nu niet te verhelpen.
Wij proberen in de auto het Engelse rantsoen-ontbijtje geprobeerd. We zijn niet erg te spreken over de zeer droge biscuitjes, we hebben drie smaken geprobeerd maar we zijn niet echt onder de indruk. Alle smaken versieren nu de berm, als de kamelen het wel lekker vinden mogen ze het hebben. Wij stappen weer over op de reep chocolade.

Vanmorgen bleek dat Harold gisteren het dak verkeerd terug heeft gelegd, de metalen scharnieren zaten niet goed en door het vastdraaien van de moeren binnen zijn ze nu krom. Tegen de betonnen muur die de camping afschermt van de buitenwereld (of andersom…) staat een antieke, enorm grote pikhouweel en Harold gebruikt dat monster van een apparaat om de kleine metalen stripjes weer terug te tikken in normale vorm. Onze eigen kleine hamer was handiger geweest, maar de gereedschapskoffer was net weer opgeruimd en ach.. dit werkt ook!

McGyver sleutelstop

96km. 09:25 uur. Even stoppen, want de tank is weer eens leeg. Als we stilstaan bij de benzinepomp blijkt dat de motor van Ricky koelvloeistof lekt, de stop gaat dus iets langer duren. Ook is zijn vizier aan een kant los, waardoor hij klappert. Het vizier is simpel op te lossen: Mark verwijderd hem in zijn geheel. Alleen die koelvloeistof… waar komt dat vandaan? We zoeken ons rot, demonteren de kuip, zoeken nog meer, starten de motor, zoeken, gas geven, zoeken, motor uit, verder zoeken. Ricky en Harold blijven zoeken terwijl Leonie roept dat de koffie zojuist geserveerd is en ik ga koffie drinken. Die twee zijn druk bezig en luisteren niet naar dingen die ik roep of naar Leonie… laat ze maar even dan. Uiteindelijk komen ze ook wat drinken en blijkt het gaatje gevonden te zijn: hij zat aan de zijkant van het blok. Een klein wazig gaatje waar waarschijnlijk ooit een prop in heeft gezeten maar die is er met de val uitgegaan. Het gaatje is nu gedicht met vloeibare pakking, een M6-bout en een krom geslagen zekering. MacGyver zou trots zijn geweest! Nu duimen dat het ook echt geholpen heeft…Als ik na de brunch & koffie naar de auto’s loop om de knutselklus bij de motor te bewonderen valt me op dat de Rocky NOG lager is komen te hangen. Als ik de veerbladen bekijk zie ik dat eindelijk is gebeurd waar we al lang voor vreesden: rechtsachter is de vering gebroken. Dat kan er ook nog wel bij! Het is gelukkig niet het hoofdbladveer, maar nu hebben een overbeladen Rocky met de vering van een Fiat 500. Met andere woorden; alles moet eruit. Nadat we Mark en Chris hebben gewezen op het probleem zijn ze met ons eens dat het zo niet kan. En dat er gewicht uit moet snappen ze ook wel. Maar het mooiste moment was toch wel toen Mark de achterkant van de Rocky opendeed, een bult spullen van zeker een meter hoog liet zien en zei: “Maar we hebben niets bij ons wat zwaar is!”
Nee gozer, een blik erwtensoep is misschien niet eerste wat ik in zou pakken voor een reis naar Dakar en ja, het weegt maar een kilo ofzo. Maar als je een kist vol blikvoer van de C1000 meekrijgt… Dat weegt wel wat!
Nadat we diverse kisten met god-weet-wat verwijderd hadden zagen we pas de rest van de inhoud van de Rocky. Dozen met bronwater, een grote koelbox vol bier, cola & de restanten van moeder’s appeltaart (ik hoop dat het er ooit lekkerder uitzag), een giga-grote kist VOL met blikvoer (wie neemt er nu goulash mee naar de sahara??) en twee reservewielen later zagen we eindelijk de voorstoelen terug! Maar iets ZWAARS zat er toch niet bij??Een half uur sjouwen later is dus zowel de Volvo, de Isuzu en onze kleine Suzuki een behoorlijk stuk naar het asfalt gezakt en staat de Rocky weer een stuk gezonder op de vering. Nu maar hopen dat WIJ niet door onze hoeven zakken! Het is onder tussen 11:00 uur en kunnen eindelijk weer verder. Mark en Chris merken nog even voor vertrek op dat er een groot voordeel is nu de auto een stuk leger is… de stereo klinkt een stuk beter! Ik maak me eerlijk gezegd meer druk over die laatste bladveer die de Rocky nog van het asfalt redt, die enorm heeft geleden en nu het resterende gewicht (toch nog 1,5 ton gok ik) alleen moet dragen. We rijden toch met een redelijke snelheid en als het ding het ineens begeeft… brrr… We proberen even te verzinnen wat er dan zal gebeuren, maar als we alleen maar kunnen concluderen dat de achteras waarschijnlijk dwars onder de auto klapt, waar door de hele auto mogelijk over de kop zal slaan als de rest ook afbreekt… proberen we het snel te vergeten en hebben we het maar weer over het landschap. Nog ongeveer 400km te gaan… Gelukkig is het morgen rustdag, dan kunnen ze nieuwe bladveren laten maken. Er is vast wel ergens een lokale smid die dat kan.Ohja, toen we vanmorgen weg wilden rijden bleek dat de achteruitrijd verlichting continu bleef branden, inclusief het zoeklicht. Er is door Ricky en Harold duidelijk toch iets verkeerd aangesloten. Harold knipt alle draden door, dan maar geen achteruitrijlampje. Jammer dan, maar geen probleem. Verlichting is toch al een ‘optie’ in Marokko!

261km. 13:00 uur. We rijden nog steeds, alles gaat nog goed! De motor van Ricky lekt nog steeds geen koelvloeistof en de bladvering van de Rocky haalt duidelijk opgelucht adem zonder die mega-bult troep achterin. Het landschap waar we nu doorheen rijden lijkt op… niets. Het is droog, het is kaal, het is rotsig met zo nu en dan een mooi uitzicht over de oceaan. Het lijkt een saaie rit te gaan worden, weinig variatie. De wegen zijn bijzonder lang en kaarsrecht. Is dit de weg naar de horizon?

Natuurlijk weet je voordat je vertrekt dat je zelfredzaam moet zijn. Natuurlijk is er geen GSM ontvangst en de Wegenwacht schijnt ook hier op te komen draven, maar zonder telefoon of gele hulppaaltjes langs de weg kan je lang wachten op die gasten… Je zal hier toch met pech komen te staan! Alle waarschuwingen vooraf over voldoende water & benzine & eten & dekens etc etc.. die je thuis doorlas of aanhoorde onder het motto “Ja, ja, weten we wel…” die begin je NU pas echt te snappen.
Hier stilstaan is een serieus probleem, met een groepje rijden is ECHT nodig! Wij mogen op dit moment de rest –op technisch gebied- meer helpen dan zij ons, maar doordat we bij elkaar blijven zijn we allemaal sterker! 2+2+2+2+1=18!

De weg is ondertussen echt mooi, maar het is 500km precies hetzelfde. Na de afwisselende vergezichten van het Atlasgebergte is dit bijna SAAI te noemen en ik vraag me hardop af of ik niet de samenvatting kan kijken en dan zappen naar een ander programma. Nog 199km tot Dakhla en er staat weer een tankstation. Het is de eerste sinds ongeveer 100km.

Zo’n 30km terug even gestopt om te plassen. Er lag weer een kadaver langs de weg, verspreid over zo’n 10m2. We proberen het even te reconstrueren en volgens ons was het een kleine vleeseter met een grote bek. Het moet ongeveer zo groot zijn geweest als een grote kat, maar wat het was… geen idee. De Rocky en de Isuzu hebben ondertussen al een geitenschedel op hun motorkap & bullbar gezet met tieraps, het ziet er wel grappig uit. Bij de Rocky zitten er nog wat haren op de schedel, Joris is jaloers.
Ricky koelt ondertussen zijn hoofd door 2 blikjes cola tegen zijn hals te drukken die uit onze koelbox komen. Dat ding werkt fantastisch en hij knapt goed op van die ijskoude dingen tegen zijn halsslagader. Het is vandaag warm, boven de 30 graden en de lange zwarte spijkerbroek die ik vanmorgen echt nodig had is nu lastig in de zon. Na een paar minuten zijn we allemaal de zoute lijkenlucht meer dan zat en gaan weer rijden.

349km. We hebben geen idee waar we zijn dus we pakken maar weer een GPS waypoint.
Bedford & hondjes

357km. We hebben zojuist weer getankt. Er waren zowaar 2 tankstations vlak naast elkaar, de eerste pomp heeft alleen maar diesel, maar wel een prachtig wrak van een Bedford truck. Meteen op de foto dat ding! Al dagen heeft Harold het erover dat zo’n ding op de foto moet, nu staan we stil en een groter wrak zullen we niet meer vinden gok ik. Normaliter zou je hardop roepen dat “Als dit wrak nog rijdt, dan eet ik mijn schoen op!” ofzo, maar we hebben al zoveel wrakken zien rijden dat we dat niet meer durven. Het lijkt ons HEEL sterk, maar je weet het hier maar nooit…
Bij het tweede tankstation hebben ze wel benzine en nadat de generator gestart is kunnen we nog tanken ook. In de grote betonnen bakken het station scheiden van de ‘snelweg’ zit een heel nest puppies in de volle zon. Ze hebben geen eten, geen water, ze zijn mager en ze zitten onder de vliegen. Zodra ze ons zien beginnen ze hartstochtelijk te piepen, ze rennen even en proberen op hun achterpoten te staan om met hun neuzen bij ons te komen maar als ze niet meteen drinken krijgen gaan ze al snel weer liggen. Ze zijn uitgeput. Mark pakt een pak ‘Bar le Duc’ bronwater en giet water in hun ‘drinkbak’ maar die blijkt lek en het water zakt zo snel de grond in dat de puppies niets te pakken krijgen. De puppies proberen het water uit de lucht te drinken voordat het de grond raakt, dus dat wisten ze al. Dan maar het zakmes gepakt en het hele pak opensnijden. Alle 6 de puppies storten zich op het pak en 3 minuten later is er een liter water verdwenen. Ik gooi in het restantje water in pak een legerbiscuitje zodat ze ook wat te eten hebben maar ze zijn duidelijk niet geïnteresseerd in eten. Ricky blijkt een enorme honden-fan en wil er het liefste eentje meenemen, maar het beestje met ductape op de tank vastzetten vind hij ook niet erg lief.
We vertrekken weer zonder dat we weten waar we eigenlijk zijn. De tank is vol, de motor lekt niet en de Rocky rijdt nog steeds, dus wat maakt het uit? Nog 180km te gaan, we komen er vanzelf.

Onze reisgenoten

We rijden al een week met dezelfde mensen met dezelfde mensen, hoog tijd om iedereen even voor te stellen!
Onszelf zullen we niet voorstellen… jullie kennen ons wel! En als jullie ons nog niet kennen, tsja, dan leren jullie ons wel kennen door dit allemaal te lezen.
Team Nijkerk (nr. 1244) bestaat uit twee vrienden uit Nijkerk, Sander en Henryk. We waren ze al twee keer tegengekomen bij de UTD en de KOP, zeker bij de KOP was het erg gezellig. We hebben daar samen met twee andere teams de kroeg open gehouden tot 4 uur na de officiële sluitingstijd, veel gelachen en idiote geintjes uitgehaald met een iets te dronken Dakar-ganger.
Sander is een grote, stevige vent van een kilootje of 100 (??). Sander is een goedzak, die een duidelijke mening heeft maar die niet zo snel zal geven. Hij ergert zich steeds openlijker aan tics van Henryk en begint mee te rijden met anderen. Kaartlezen kan hij prima, hij straalt vertrouwen uit en heeft een goed gevoel voor humor. Een grote teddybeer met kort haar eigenlijk.
Henryk is waarschijnlijk iets ouder en is wat stiller dan Sander. Ongeveer 1,85m lang, mager, bril, een lang gezicht en een wat nonchalante houding. Soms kan je erg leuk met hem praten en lachen, soms is er gewoon even geen contact met hem te krijgen. Als hij moe is, kijkt hij wat stoned uit zijn ogen en als hij lacht klinkt het als een mix tussen Chico Lama, Bert EN Ernie. Leeftijden zijn altijd lastig te schatten, maar ik gok ‘ergens in de dertig’ voor allebei.
Hun auto is een witte Volvo 740 station die enigszins zwaar beladen is. Het ziet er allemaal goed voorbereid uit, ze hebben in de achterbak allemaal plastic bakken (met inhoudsopgave op de labels!) staan waar ze dan weer op slapen. We vragen ons af hoe dat zal liggen want de bovenkanten van de bakken zijn niet vlak en dat moet je toch door het dunne matrasje heen voelen… Zij claimen dat het heerlijk ligt en voor de 20e keer gaat Sander op zo’n plastic bak staan om te laten zien dat ze ECHT sterk zijn en dat hij er ECHT op kan staan.Team Rocky to Africa (nr 1230) hebben we ook al eens eerder gezien, bij de opnamen van het EO programma ‘Nederland Helpt’ zaten ze met ons voor Klapvee en beeldvulling te spelen. Alweer 2 vrienden: Mark en Chris zijn de twee ‘belhamels’ of liever de 2 jonge honden van de groep. Twee studenten die overal de lol van inzien en als er geen lol is… dan maken ze het.
Chris is een magere spijker van 2 meter met pretogen en een bos blonde krullen. Hij weet van zichzelf dat hij erg nonchalant is en dat is een groter pluspunt dan hij zich realiseert. Probeert altijd lol te hebben en contact te leggen met de lokale kinderen. Hij kan het ene moment met zijn blote reet tegen het raam zitten en het volgende moment zijn excuses komen aanbieden als we ons even ergeren als hun jeep enorm in de weg staat voor de Volvo die de rivier moet doorwaden.
Mark is iets korter, iets van 1,80m, heeft rood haar en is de wat serieuzere van de twee. Hij is wat voorzichtiger in het begin maar zodra we Afrika inrijden komt hij los. Chris noemt hem wel een kleine duivel, stil van buiten maar met de meest gruwelijke ideeën van binnen. Ook hij is continu bezig met de kinderen die we tegenkomen, de voorraad Coca-Cola schoudertassen lijkt onuitputtelijk.
Ze rijden in de veelbesproken Rocky die er op zich goed uitziet en goed klinkt… maar het ding was gewoon veel te zwaar beladen waardoor er nu dus problemen zijn met de vering.Team Joleo (nr 1232) bestaat uit Joris en Leonie (vandaar de naam) twee vrienden die 10 jaar lang een relatie hebben gehad en nu samen deze reis doen. Joris heeft sinds kort een nieuwe vriendin en die is er uiteraard niet blij mee. Joris heeft zijn eigen koeriersbedrijf op Schiphol, we gokken hem op ‘midden dertig’, heeft halflang haar en loopt eigenlijk altijd met zijn schouders naar voren. Het duurt even voordat hij echt contact zoekt met de rest van de groep, hij moest misschien even wennen, geen idee. Hij houdt van uitslapen, koffie drinken onderweg en tegen de tijd dat het avond wordt gaat hij steeds meer gas geven. Als hij moe is (meestal net na het avondeten) gaan de ogen in de “economy-stand” zoals hij het zelf noemt, hij kijkt dan wat dronken uit zijn ogen maar is nog scherp. Hij kan erg leuk uit de hoek komen, soms ook als een botte boer.
Leonie is de mamma van de groep. Ze is 32 jaar, half lang haar, 1,70m lang en een genot om naar te kijken. Tsja, we blijven mannen natuurlijk. Het is een vrolijke meid die niet snel haar eigen mening zal geven. Wel geeft ze altijd aan wat ze denkt dat voor Chris, Mark of Ricky het verstandigste is. Die jongens zijn een beetje haar kindjes geworden deze reis. Ze is zelfverzekerd en gaat zonder moeite alleen op pad in Marrakech. We kijken er in het begin een beetje vreemd van op, want we zijn hier toch in een vreemde cultuur, maar Joris kent haar langer en vindt het prima. Dan zal het wel goedkomen! Ze trekken goed samen op en hoewel er soms wat ergernis is aan elkaars ‘tics’ vraag ik me soms af waarom dat geen koppel meer is.
Ze rijden in een grote Isuzu Trooper, die er nog goed uitziet. Er hangen twee enorme stadion-lampen achterop en een douche. De lampen werken fantastisch, van de douche hebben we nog niets gemerkt.

Team Verheij (nr 1213) is de enige motorrijder van de hele groep 2. Deze ras-hagenees heet Ricky, en lijkt in een motorpak ouder dan hij is. (wat was het… 23 ofzo?) Hij lijkt alles best te vinden, zolang we aan het einde maar in Dakar aankomen. Zijn motor is een schitterende Yamaha offroad-motor met Dakar-tank. Hij heeft precies het geluid wat je van zo’n machine verwacht en we verbazen ons dat hij deze machine heeft weten te kopen voor 500 euro! Er zitten gloednieuwe noppenbanden onder, waar hij meteen van zegt dat ze niet binnen het budget vielen maar ja, op de brommer zijn je banden nog veel belangrijker dan onder een auto. Wat ons nog het meeste verbaasd is dat hij alles op de motor heeft weten te binden… tent, slaapzak en matje zitten in een kleine rugzak, hij heeft nog een tanktas en wat jerrycans achterop maar verder… Waar heeft hij alles gelaten? Na een week weten we het antwoord op die vraag: het ligt nog thuis. Zoveel als Team Rocky bij zich heeft, zo weinig heeft hij bij zich!

523km. We komen op het schiereiland van Dakhla. Schitterend breed strand en we kunnen ons niet beheersen. Harold vraagt zich af of het wel mag, mij boeit het niet: GAAN! Na 100 meter zitten we al bijna vastzo blubberig en spekglad is het. Het leek toch echt op zand… Harold geeft VOL gas en we klauwen als een krab schuin opzij, maar we gaan nog vooruit… We zijn natuurlijk ook wel bijzonder zwaar, met al die spullen van de Rocky erbij… Na wat heen-en-weer steken krijgen we toch weer wat gang en we halen het asfalt. Even knijpen, maar het is gelukt! IK WIL OOK! IK WIL OOK! Alleen Pappa Harold vindt het niet goed en blijft zelf sturen. Er komen volgens hem nog mogelijkheden genoeg in de woestijn. Morgen is het rustdag, dan ga ik ZEKER even spelen hier! Kom op zeg, dit is LEUK!

529km. Aankomst op de camping in Dakhla.

<<Dag 7<< Voorblad Dagboek >>Dag 9>>
Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s