Dag 14: Atâr – Nouakchott

0 km. 09:00 uur. We rijden weg na een overheerlijk ontbijt op de binnenplaats van ons hotel, wat overigens wel weer even apart afgerekend moest worden. Maar ja, we hadden wel echte oploskoffie, en verse broodjes met jam uit een potje. Afkomst onbekend, maar het smaakte er niet minder om en ach.. Bij een lokale benzinepomp brengen we onze banden weer op de juiste spanning voor een dagje asfalt en meteen worden we overspoeld door stokbroodverkopers. Deze mannen (jongens) lopen met een kruiwagen vol stokbrood langs iedereen die buiten rondloopt. En zo’n stelletje toeristen is dan de ideale klant natuurlijk… Dat geld uiteraard ook voor alle ansichtkaartverkopers (‘Groeten uit Atâr’, maar dan zelfgekleurd), ketting-verkopers, broekenverkopers, etc etc. Waar ze allemaal vandaan komen weet ik niet, maar we zijn bijzonder in trek. Alhoewel, de hotelklerk vertelde dat Atâr zo’n 54.000 inwoners heeft, het is dus nog een hele beste stad!

Bij de verkoper halen we 6 stokbroden voor bijzonder weinig, dat is genoeg voor vandaag en de ervaring leert dat stokbrood hier ECHT stokbrood is na 13:00 uur. Ik besluit een bijzonder leuke ketting te kopen bij een van de verkopers en ik betaal daar uiteindelijk omgerekend 12 euro voor… of 1,20 of 6 euro. Ik ben eerlijk gezegd de wisselkoers een beetje kwijt maar hij begon met 10.000 ‘juttel’  en ik betaalde uiteindelijk 3.000 dus het zal wel goed zijn.
We rijden met een gangetje van maar liefst 60km/ uur over een zeer mooie asfaltweg richting Nouakchott, de Trooper van Joleo hangt met ons sleeplint achter de Rocky.

26 km. Zeer steile afdaling: 10%. Op zich is dit niet zo steil, maar wel als je in een dikke, zware Isuzu Trooper aan een touwtje achter een ander aan bungeld en zonder rembekrachtiging en zonder motorrem ervoor moet zorgen dat je op de weg blijft. Joris kan het niet meer bijtrappen en zonder de motorrem worden de remblokken ook te zwaar belast. We besluiten om de Trooper zelf weer te laten rijden, dus wordt de radiateur weer afgevuld en de diesel doorgepompt. Dat laatste blijkt een klein probleem, na wat speurwerk blijkt dat de dieselleiding vanaf de tank gescheurd is. Het gaat lekker…
Het mooie van dit land is –naast het landschap dat ook hier waanzinnig is- dat de mensen hier daadwerkelijk stoppen om hun hulp aan te bieden. Als ze zien dat het wel goed komt (Mohammed is weer goed bezig) willen ze meer weten waar we vandaan komen, wat we hier eigenlijk komen doen, waar we heen gaan, alles. Als ik met veel handen en voeten (mijn Frans word al beter maar is nog niet alles) uitleg dat we dit allemaal doen voor het goede doel en de kleine kinderen van een klein dorp genaamd Gunjur in Gambia, zijn ze overduidelijk tevreden. We krijgen zeer beleefde groeten, Joris en Mark mogen hun traditionele kleding aanproberen, hij vind het allemaal fantastisch. Daarna gaat hij weer terug naar zijn eigen auto die stilstaat met een lekke band en waar hij absoluut geen hulp bij wil… Geweldig land.

Benzine

Zoals al door Arthur voor vertrek van de Extreme route aangegeven is er (waarschijnlijk) in heel Mauritanië geen benzine te verkrijgen. We zijn dan ook met 160 liter (!!!) vertrokken en nog steeds is het de vraag of we er Senegal wel mee gaan halen. Nu we halverwege de Extreme Route gestopt zijn zal het misschien geen probleem meer zijn, maar toen we gisteravond aan de hotelklerk vroegen of er ook benzine was, melde deze in zeer lange zinnen hoezeer we dat wel konden vergeten. We hebben vanmorgen dus maar weer een jerrycan geleegd in de benzinetank, we hebben nu nog zo’n 85 liter over om vanaf Atâr, via Nouakchott naar Senegal te komen. Moet lukken! (Toch?)
Maar eerlijk is eerlijk: hoe anders zou het er voor ons hebben uitgezien als we wel met de Extreme Route waren meegereden! Grote kans dat we dan ergens halverwege de duinen stil waren gevallen door een tekort aan brandstof, we zijn de enigen met een benzinemotor dus ‘lenen’ is er ook niet bij…
Bij het tankstation vanmorgen konden we onze Suzuki nog verkopen voor maar liefst 2 kamelen. Om ons tegenbod van 200 kamelen moest de man lachen, de auto was tenslotte niet meer waard omdat hij op benzine loopt… wat niet te verkrijgen is. Met 2 kamelen konden we tenslotte altijd nog naar huis rijden, met de Suzuki niet!

Samen uit… deel 2

Vanmorgen kwam Joris nog naar ons toe bij het pakken van de auto. Leonie had het er erg moeilijk mee dat zij er de oorzaak van waren dat wij de Extreme niet konden rijden. Ze vond dat we best nog aansluiting met de andere groep konden zoeken, zij zochten dan wel een andere gids om in Nouakchott te komen. We leggen Joris nog maar een keer uit dat dit onze beslissing was, zonder dat we er met hun over gesproken hadden. We kunnen begrijpen dat ze zich zo voelt, wij zouden ons hetzelfde hebben gevoeld. Maar als het andersom was geweest, dan waren zij waarschijnlijk met ONS meegereden. Ofwel: samen uit, samen thuis. Vanavond Leonie nog maar een keer een knuffel geven, het is een schat.

Ondertussen tuffen we met 80 km/uur de goede kant op over een weg die zo goed is dat zelfs onze cd-speler het weer doet. Door het stofhappen werkt alle elektronica wat haperig, maar ja. We zien rondom ons alleen maar Savanne met zandduinen, hutjes of kamelen. Het is voornamelijk de wijdsheid dat de meeste indruk maakt, dat mensen hier kunnen overleven is op zijn zachtst gezegd verbazend, water hebben we al dagen niet gezien. Ohnee, dat is niet waar. Vanmorgen zijn we nog dwars door een ‘rivierbedding’ gereden, dat met grote gevaarborden stond aangegeven. Er stond toch zeker 2cm water in de rivier…

Op een witte grafzerk langs de weg staat dat het nog 142km naar Nouakchott is, 142 km met helemaal NIETS volgens de kaart.

Tijdens een plas- en oliepauze heb ik nog even gespeeld met de Suzuki tussen de kamelen op de Savanne. Wat een feest. Met 70 per uur over de vlakte jagen, grote stofwolken achter me aan en driften door de bochten, HE-LE-MAAL te gek. Als ik met een grote smile terugkom kijkt Harold wat zuur en hij is stil. Ik vraag maar niks, ik weet wat hij denkt. En ach, hij heeft gisteren in de duinen mogen spelen.

391km. Ik ben eens gaan optellen hoeveel km we ondertussen hebben gereden zonder te tanken. Dat is nu –bijna- 950km. De reden dat we geen benzine kunnen krijgen & de diesel schaars is, zijn de verkiezingen van vorige week. De link tussen deze 2 totaal verschillende dingen kunnen we nog steeds niet leggen, maar daarom zijn de tankstations niet bevoorraad. We hebben nog zo’n 10 liter in de tank en zo’n 45 liter in de jerrycans. Een kleine rekensom leert (55 liter, verbruik 1:10) dus ten eerste dat we inderdaad de extreme route nooit hadden kunnen afmaken, ten tweede dat we nu echt maar precies genoeg hebben om Senegal te halen. Hopen we…

Auberge Sahara

459km. Auberge Sahara, Nouakchott. Als we uiteindelijk de Auberge (= herberg) gevonden hebben in deze grote stad komen we veel teams tegen, het hele binnenterrein staat al vol en er gaan verhalen over teams die zich maar in hotels hebben ingecheckt. Na de rust en de leegte van de Sahara is dit weer even aanpassen, maar het is leuk om alle teams weer te zien. Het is overigens wel een beetje een bijbel-verhaaltje: er is voor ons eigenlijk geen plaats meer in de Herberg. Uiteindelijk weten Joris & Leonie de laatste ‘tent’ op het dak te pakken te krijgen, Harold & ik slapen in een grote zaal op de begane grond op een heus bed, dat dit keer niet in elkaar stort maar wel ernstig doorligt. Maar ja, het is het laatste bed dus we zijn allang blij.
We zoeken het hele terrein af maar we kunnen Henryk, Sander en Ricky niet vinden. Mogelijk zitten ze op een camping, mogelijk zijn ze nog niet eens de Sahara uit. Morgen maar afwachten… Het is raar, maar een van de grote pluspunten van het stoppen met de Extreme Route was dat we nu dan Dakar zouden halen met ons hele ‘gezinnetje’, nu we de missende gezinsleden niet meteen vinden is dat een teleurstelling. We willen gewoon weer ‘compleet’ zijn!
We brengen de rest van de avond door met slap ouwehoeren met de andere teams, Leonie brengt haar avond door met een zakje oploswijn dat ze meegekregen heeft en ze nu probeert op te lossen in een koffiepot. Na uren van hakken van de klontjes en roeren in de koffie pot heeft ze een brouwsel dat ernstig naar terpentine stinkt, maar Mark is gek genoeg om met Leonie een slokje te proberen. Leonie neemt een voorzichtig nipje, om het vervolgens weer uit te spugen. Mark is een echte student en trekt zijn mok ad fundum leeg en heeft het daarna erg slecht. Ik weet niet wie er verantwoordelijk is voor het zakje oplospetroleum, maar enorm bedankt, we hebben gelachen!

Een van de teams (Niels & Nienke, OpNaarDAKAR.nl) hebben onderweg een van de meest bijzondere reparaties gehad: hun Opel Campo was rot, overbeladen of een combinatie van beide dat midden in de Sahara het chassis het begaf en zowel de voor- als de achterbumper in het stof beet. Op zich is dat reden genoeg voor een evacuatie van de auto, jammer dan… niet gered. Maar dat de overbelasting van de auto bestaat uit een generator en een lasapparaat voor een rolstoelfabriekje in Gambia… Dan vraag je je medereizigers vriendelijk of ze misschien dat wrak van een paar kilometer geleden naar het nieuwe wrak toe willen slepen, dan snijd je daar een paar stukken vanaf, dan takel je de voor en achterbumper van de Campo op zodat hij weer enigszins recht staat en je bakt de nieuwe stukjes staal er tegenaan… èt voilá! Een auto! Lang verhaal kort: ze staan met de auto gewoon weer bij de Auberge. Dit zijn van die McGyver-acties waardoor we het hier ZO naar ons zin hebben… geweldig!

Het Hollandse bier dat ergens in dit Islamitische land is gevonden smaakt ons best, we gaan nog met een grote groep uit eten om daar met Arthur –die ook in de Auberge is- veel te praten over zijn toekomstplannen (Amsterdam – Peking) en de dingen van deze reis die voor verbetering vatbaar zijn.
Daar waren we op het dakterras van de herberg al mee begonnen, maar ja, we hebben honger en het bier is bijna op.
Al snel rijden we in een bonte optocht dwars door de stad op zoek naar een restaurant via de GPS van Arthur, maar in welke auto die zit weet niemand. Mensen zitten op het dak van auto’s, op de motorkap, op de achterklep, alles wat Oom Agent in Nederland verbied maar we houden ons wel aan de regel dat je niet dronken achter stuur mag zitten… maar er zijn niet voldoende nuchtere mensen over om iedereen een normale zitplek te geven. En ach… in de Sahara werden vreemdere dingen gedaan. We hebben al verhalen gehoord van surfen in de branding… op een surfplank die voorgetrokken wordt door een auto.  Dan waren wij nog braaf… Mark & Chris die om beurten op het dak lagen te zonnen. De gids die tijdens het rijden het raam open draait en gewoon via de deur het dak op klimt om daar in kleermakerzit te genieten van het uitzicht. Bij 80 per uur, door de Sahara. En hij hield zich NIET vast. Dus op de motorkap zitten op het asfalt… heel veilig!
Van het eten en het restaurant kan ik me weinig meer herinneren, behalve dan dat de klink van de toiletdeur loszat en ik daardoor wat langer over mijn sanitaire stop deed dan gepland.

<<Dag 13<< Voorblad Dagboek >>Dag 15>>
Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s